Zonnepanelen en zonneparken: roerend of onroerend?

Zonnepanelen, evenals – zij het in mindere mate – bitcoins en andere cryptocurrency, zijn niet meer weg te denken in deze tijden van razendsnelle technologische ontwikkelingen en duurzame energieopwekking. Zonnepanelen kunnen behalve opwekken van energie, besparen van kosten en – laten we eerlijk zijn – ontsieren van woningen, ook aanleiding geven tot juridische discussies. Is een zonnepaneleninstallatie op het dak van een woning nu roerend of onroerend? En een zonnepark in een weiland of een drijvend zonnepark op het water?

Het onderscheid roerend of onroerend is onder meer van belang voor de vraag wie juridisch eigenaar is van de zonnepanelen. Daar zijn in de wet ook juridische criteria voor opgenomen. Algemeen werd en wordt aangenomen dat zonnepanelen, die niet fysiek in het dak van een bestaand gebouw zijn geïntegreerd en zonder (aanzienlijke) beschadiging van het dak kunnen worden verwijderd, roerend zijn. Bijvoorbeeld voor leveranciers van zonnepanelen is het dus zinvol om voorafgaand aan de levering en de montage een eigendomsvoorbehoud te maken. Mocht de afnemer failliet gaan en de panelen niet of slechts gedeeltelijk zijn betaald, dan heeft de leverancier de mogelijkheid om de panelen van het dak te schroeven en weer mee te nemen.

Ten aanzien van een zonnepark met een groot aantal aaneengesloten panelen ligt het anders. Dergelijke parken zijn sterk in opkomst. Inmiddels hebben al een aantal rechters geoordeeld dat de onderdelen van een zonnepark (panelen, profielen, onderstel, bekabeling, etc.) een onlosmakelijk geheel vormen en daarom als onroerend moeten worden aangemerkt. Het maakt daarbij dan niet uit dat alle onderdelen eenvoudig te demonteren zijn en de installatie zich bevindt op bijvoorbeeld gepachte grond.

Een zonnepark is dus – uitzonderingen daargelaten – onroerend. De eigenaar van de onderliggende grond of het onderliggende water (drijvend zonnepark) wordt door zgn. ‘verticale natrekking’ ook eigenaar van de zich daarop bevindende installatie. Dit zal lang niet altijd wenselijk zijn. Hoe is dit te voorkomen? De belangrijkste optie is een bezoek aan de notaris en het laten vestigen van een opstalrecht. Een andere optie is eventueel het sluiten van een huurovereenkomst met de eigenaar van de onderliggende onroerende zaak, waarbij de huurder de door hem of haar aangebrachte veranderingen aan het gehuurde aan het einde van de huurperiode onder bepaalde voorwaarden mag verwijderen en meenemen (wegbreekrecht).

Zie Rechtbank Noord-Holland 20 december 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:11385 (datum publicatie 12 januari 2018) voor een recente uitspraak over een zonnepark, waarbij er geen recht van opstal was gevestigd en de gemeente daarom als grondeigenaar ook eigenaar was geworden van het zonnepark. Er was echter wel een huurovereenkomst met de gemeente gesloten, waardoor het wegbreekrecht kon worden uitgeoefend.

Eef Steentjes, januari 2018

Nieuwsbrief
U moet javascript aan hebben staan om dit formulier te kunnen versturen.
SteentjesWoltersMulder Zilverlinde 1
7131 MN Lichtenvoorde
Postadres Postbus 24
7130 AA Lichtenvoorde
© 2018 - SteentjesWoltersMulder Advocaten & Mediators - Advocatenkantoor uit de Achterhoek heeft haar website laten maken door Ebbers Media.