Toch alle proceskosten verhalen op de debiteur?

De partij die in een civiele procedure ten overstaan van de Nederlandse rechter geheel of grotendeels in het ongelijk wordt gesteld, kan door de rechter worden veroordeeld om aan de andere partij een proceskostenvergoeding te betalen. In een enkel geval worden de proceskosten door de rechter ‘gecompenseerd’, d.w.z. dat beide partijen hun eigen kosten rechtsbijstand dragen.

Een proceskostenveroordeling is gebaseerd op het zgn. ‘liquidatietarief rechtbanken en hoven’. Bij een kostenveroordeling wordt het salaris van de advocaat begroot volgens het liquidatietarief, waarbij het bedrag van de te liquideren kosten afhankelijk is van de verrichte (genormeerde) werkzaamheden en van het belang van de zaak. Hoewel deze tarieven niet bindend zijn, worden zij in beginsel door de gerechten gevolgd. Ook bij een minnelijke regeling pleegt op basis hiervan afgerekend te worden. Er zijn twee uitzonderingen.

De eerste uitzondering heeft betrekking op procedures over intellectuele eigendomsrechten. Ten aanzien van dergelijke procedures is in de wet geregeld dat de rechter een volledige proceskostenveroordeling kan uitspreken, waarbij rechters in bepaalde gevallen nog steeds werken met vooraf vastgestelde indicatietarieven.

De tweede uitzondering is minder bekend maar eigenlijk heel voor de hand liggend en ook eenvoudig toe te passen: het vooraf met de andere contractspartij overeenkomen dat in geval van een civiele procedure aanspraak gemaakt zal worden op een volledige proceskostenveroordeling. Een dergelijk beding kan bijvoorbeeld worden opgenomen in de algemene voorwaarden. Het contract zet in zo’n geval de wet opzij, ware het niet dat de rechter ambtshalve de bevoegdheid heeft om overeengekomen proceskosten te matigen en binnen redelijke grenzen te houden. Zo zal de hoogte van de vergoeding in redelijke verhouding moeten staan tot het geldelijke belang. De rechter mag echter nooit matigen tot onder het liquidatietarief, ook al zouden de werkelijke kosten lager zijn.

In een recente uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch is uitgemaakt dat de rechter, in tegenstelling tot hetgeen was aangevoerd door de eisende partij, niet terughoudend behoeft te zijn bij gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid. Dit zal in de procespraktijk veelal tot gevolg hebben dat er nog steeds geen volledige proceskostenvergoeding wordt toegekend, ook al is dit vooraf door partijen overeengekomen. Wat ons betreft geldt ook hier: ‘niet geschoten is altijd mis’.

Voor de uitspraak zie: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 15 maart 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:923

Daphne Geeraths, maart 2016

Nieuwsbrief

U moet javascript aan hebben staan om dit formulier te kunnen versturen.
SteentjesWoltersMulder Zilverlinde 1
7131 MN Lichtenvoorde
Postadres Postbus 24
7130 AA Lichtenvoorde
© 2019 - SteentjesWoltersMulder Advocaten & Mediators - Advocatenkantoor uit de Achterhoek heeft haar website laten maken door Ebbers Media.